NVDR#2 ruimte is politiek

NVDR = Noot van de redactie
Op regelmatige tijdstippen schrijft filosoof in residentie Nathalie Snauwaert over haar ervaringen op DOK terwijl ze hier werkt. Ze reflecteert over wat er allemaal op deze plek leeft en welke impact dit heeft op onze stad en de beleving. Als ‘kwartiermaker’ ondersteunt ze de residenten op DOK, elk in hun individueel traject. Ze luistert naar hun noden en helpt hen bij het ondernemen van een volgende stap.
------

Ruimte, ruimte, ruimte, is alles wat ik hoor de laatste tijd aan tafel in overleg met tijdelijke gebruikers, bewoners en commoners van onze stad. Iedereen heeft nood aan ruimte.

Toestanden, toestanden, toestanden zijn het. Vooral als iedereen de ruimte in Gent begint te claimen, om in te wonen, te werken, te ondernemen, te experimenteren.

Alsof ruimte als ‘fundamentele grootheid’ (naast massa en tijd) een vermarktbaar product is geworden dat we willen consumeren en bottelen, zoals we dat tegenwoordig met water doen.

Want opeens lijkt het alsof er geen ruimte meer voorradig is in onze stad. Alleen al het vermoeden van schaarste, leidt tot (beleids)concurrentie.

Alle stadsdiensten, projectontwikkelaars en potentiële gebruikers bemoeien zich tegenwoordig over de toekomstige invulling en toe-eigening van de beschikbare ruimte.

De eerste vraag die ik me hierbij stel, is: ‘Waar komt deze druk vandaan?’ Dit vraagt om enig onderzoek. Laten we beginnen bij het begin. Wat is ruimte, welke ruimtes (h)erkennen we en waarom is ruimte zo belangrijk voor de mens?

Henri Lefebvre introduceerde hiervoor in de jaren zestig en zeventig een voor die tijd vernieuwend idee. Namelijk dat ruimte uit een wisselwerking van meerdere ruimtes (zie hieronder) bestaat en dus voortdurend in beweging is, in plaats van statisch en begrensd:

  • De fysieke ruimte of de (empirisch) waargenomen ruimte zoals autowegen en kastelen.
  • De mentale ruimte of de ruimte van kennis en logica, zoals bijvoorbeeld landkaarten.
  • De beleefde ruimte: een soort versmelting tussen mentale en fysieke ruimte. Deze ruimte ontstaat over tijd, door gebruik van mensen, waardoor het wordt vervuld van betekenis en symboliek. Dit is de leefomgeving van bewoners. Deze ruimte wordt ‘direct beleefd’ en ‘ervaren’ en noemen we hier verder de sociale ruimte.

Ergens in zijn schrijfsels stelde hij ook vast dat ruimte zich voordoet als een object, maar dat zij pas tot leven komt door de activiteiten die er zich in afspelen en dus de mogelijkheid om er ‘dingen’ te doen. (Lefebvre, 1974, 2009, p. 191).

We kunnen ruimte dus definiëren als een plek van actie en een basis voor actie. Dit betekent dat ruimte tot stand komt door menselijke sociale en politieke acties in combinatie met materialiteit (dingen). Ruimte is of was dus altijd een combinatie van sociaal, mentaal en fysiek.

  • Ruimte is m.a.w. geen ding of een object aan zich, wel kan het bestaan uit een verzameling ‘dingen’ zoals voorwerpen (bomen en struiken), gebruikers (honden en mensen), gereedschappen (lantaarnpalen en banken) en procedures (voorschriften en regelgeving).
  • Ruimte ervaren we als een set aan relaties tussen die dingen en in die zin fungeert ruimte in onze maatschappij als een sociaal maar ook een politiek product. Zo zitten we in Gent bvb. met een bebouwde omgeving die gebouwd en ingericht is voor de toenmalige noden van een industriële periode.

Tegelijk is ruimte een basisbehoefte om als mens niet achteruit te gaan.

Als ik denk aan de vele vluchtelingen, asielzoekers en daklozen in ons land, dan hebben zij in de eerste plaats ‘onderdak’ nodig: een persoonlijke ruimte om dagdagelijkse dingen in te doen. Een tent volstaat niet, en opeengepropt bij elkaar is ook geen geschikte woonfunctie.

Want mensen zijn geen dingen, ook met hen en de ruimte die zij betrekken moet zorgvuldig worden omgegaan. Ieder mens heeft in het beste geval 3 soorten ruimtes om in te evolueren: een ruimte om in te wonen, in te werken en een derde ruimte.

Tegenwoordig spreken we ook al van een vierde ruimte, namelijk alles wat we online delen, maar die laat ik hier even buiten beschouwing.

Derde ruimte werkt als een gedeelde ruimte of een neutrale publieke ruimte open tot de gemeenschap om zich te verbinden tot elkaar en is uitnodigend om bepaalde afspraken in te maken, vrijwillig en informeel. Derde ruimtes vinden we bvb. op DOK en beschikken over een ‘hosting’-functie die een bonte en vrolijke verzameling aan mensen aantrekt, die zich leren verhouden tot elkaar.

Derde ruimtes (waaronder ook alle openbare of publieke ruimte), zijn ontzettend belangrijk als bindmiddel. Ze vormen namelijk de plek bij uitstek om het hart van een sociale en levensvatbare gemeenschap vorm te geven als een werkende democratie. Het zijn verzamelplekken waar een groot deel van het publieke leven (het alledaagse) zich afspeelt. Verschillende gemeenschappen ontmoeten elkaar hierin.

Dit brengt me tot een tweede meer complexe vraag: 'Waar is al onze publieke ruimte naartoe?' Dreigt die te zijn verschoven en verholen in tijdelijke initiatieven en vrijplaatsen als DOK?

En waar is het recht om alle openbare ruimte vorm te geven als bron van de samenleving en volgens de commons-gedachte. Op de vraag ‘Waarom kunnen we niet van DOK ‘doen’ op de Korenmarkt?’ wil ik een antwoord vinden.

Want iedereen wilt meer van die plekken in de stad zoals DOK, zowel bewoners, bezoekers en politiekers. En daar blijkt nu een mirakel voor te bestaan, het beleidsintrument ‘tijdelijke invulling’.

Oude fabriekspanden, pastorijen en terreinen worden ons braafjes toebedeeld maar moeten voldoen aan massa’s quota’s die de lokale overheid aan tijdelijke gebruikers oplegt: zoveel percent buurtwerking, zoveel percent horeca, enzovoort.

Een sterk of radicaal idee volstaat niet meer want dat wordt bij aanvang al bedreigd door de vele bemoeienissen, nog voor de ruimte zelf wordt ingevuld.

Het succes van DOK heeft dus ook zijn nadelen.

Tijdelijk ruimtegebruik blijkt opeens een gedragen antwoord te zijn op duurzame stadsontwikkeling. Dit terwijl de politiek gewoon verder bouwt in een gedeelde stad en over de beschikbare ruimte beslist.

Beleid en stadsdiensten pakken uit met deze succesformule en introduceren een instrumentele aanpak om ons, de burgers, vooral weg te houden van centrum stad, daar waar het publieke leven niet meer door ons wordt vormgegeven.

De eeuwenoude functie van publieke ruimte dreigt hiermee verloren te gaan en het sociale leven verschuift zich hierdoor naar de marges van de stad.

Want terwijl wij allemaal druk bezig zijn tijdelijk ruimtegebruik te claimen, helpen te regulariseren en te verinstrumentaliseren, verandert centrum Gent hoe langer hoe meer in een openlucht winkelcentrum versierd met hier en daar wat reusachtige betonnen legoblokken om je als toerist en rijke consument extra veilig te voelen.

Gent heeft net als vele Europese steden het laatste decennium sterk ingezet op toerisme en dat is er dus aan te zien. Centrum stad lijkt meer en meer op een speelplaats, exclusief voor toeristen en rijken. Een overduidelijk en zichtbaar gevolg van een beleid dat kapitaal en veiligheid vooropstelt.

Is dit dan het nieuwe normaal in Gent? Zijn toeristen en rijke consumenten werkelijk de enige en alledaagse gebruikers van centrum stad? En is dit het commercieel beeld dat wij de wijde wereld willen insturen van onze stad? Ik denk het niet.

Het landschap of het decor op de Korenmarkt nodigt niet uit tot enige vorm van samenhorigheid. In de centrumstraten overheerst enkel het kleur rood. Niets is nog ontworpen op samen-leven.

Nochtans is het zo belangrijk dat wij als burgers ook samenkomen op straten, kruispunten en pleinen. Samen met de cultuurcentra, openbare huizen, scholen en theaters zijn dat de agora van en voor onze samenleving, bestemd voor het sociale leven van vrije burgers, om te ontspannen of om eens aan volksvergadering te doen.

Dus in die zin zou ik liever een DOKstrand op de kasseien installeren, dat lijkt me veel strategischer.

Wat is er dan verkeerd gegaan?

De zorg voor de openbare ruimte hebben we weggelegd bij de overheid; die heeft de taak om het ‘collectief goed’ openbare ruimte voor ons, als gebruikers, te beheren.

Dit terwijl zij het minst van al vertrouwd zijn met de complexiteit van noden in de gebruikersjungle. Tegelijkertijd bemoeien verschillende stadsdepartementen zich over eenzelfde ruimte en de wens die anders in te richten, waardoor er beleidsconcurrentie is, in plaats van beleidssamenwerking.

Hierin meegaan als burger, is onze eigen kansen verspelen om vrijplaatsen te ‘maken’, derde autonome ruimtes op te richten die aan een alternatief bouwen voor een toekomststad, via experiment en ontmoeting.

Vrijplaatsen horen er overal te zijn en zeker in openbare ruimte, opdat we ons zichtbaar kunnen verbinden tot elkaar met eigen en verschillende praktijken.

Zoals eerder gezegd, deze plekken zijn ontzettend belangrijk om buiten kapitaal en staat, een alternatieve toekomst te verbeelden. Ze werken als een ‘counterpublic’ en op die plekken strijden we als burgers samen tegen elke dominantie van buitenaf.

Het fenomeen ‘tijdelijke invulling’ legt voor mij de neoliberale stadsontwikkeling bloot doordat de stad dit krampachtig als een tool wenst te ontwerpen. Dit vraagt om weerstand. De beheersfunctie van ruimte ligt vandaag teveel bij de overheid die een oude strategie volgt, waar geld voorop staat. Leegstand invullen kan vooruitgang betekenen, maar mag geen instrument worden voor een beleid dat niet meer up-to-date is.

Dus één goeie raad aan stadsdiensten: stop met u zoveel te bemoeien. Laat een sterk en noodzakelijk idee voldoende zijn om een ruimte te claimen, stel geen politieke doelstellingen of geldzaken voorop. Versterk het idee door je beleid en regelgeving aan te passen, niet de gebruikers. Geef meer ruimte en ondersteuning aan bewoners die mee de stad maken en leer hieruit, samen met projectontwikkelaars.

En aan de potentiële gebruikers van tijdelijke leegstand: durf ook ‘nee’ zeggen.
Als er weinig vrij spel is, zal er ook geen samenspel zijn.

Tot slot, aan alle bewoners van Gent: trek de publieke ruimte in, zoek allianties op en laat je niet doen! Gent is van ons.

Nathalie Snauwaert

Vorige editie lees je hier: NVDR#1 water verbindt

Op DOK ben ik natuurlijk niet de enige die over ruimte denkt en schrijft. Hieronder enkele links naar projecten van de storytellers op DOK.

Gender in de publieke ruimte
De Poorten
TimeLine (playField)
ZIGO: 'Dan doe ik het hier'